Misrekening

Kirsten 2583c uitsnede zonder oog

Docent: “Jullie hebben twee cijfers gekregen die bij elkaar horen: een cijfer voor werkhouding en huiswerk en een cijfer voor je presentatie. Die twee cijfers tel ik bij elkaar op en deel ik door twee. Het cijfer dat je dan krijgt telt mee voor je rapport.”

Leerling 1, na gehaast overleg met leerling 2, haar buurvrouw: “Maar meneer, dat is niet eerlijk!”

Docent: “Waarom niet?”

Leerling 1: “Ik heb een acht voor mijn presentatie en een tien voor mijn werkhouding en huiswerk.”

Docent: “Dat is samen achttien.”

Leerling 1: “Ja. Maar u deelt het door twee.”

Docent: “Ja. En?”

Leerling 1: “En dan krijg ik een zes!”

Docent: “Hoe bedoel je?”

Leerling 1: “Nou, u zegt, u telt de cijfers bij elkaar op en deelt ze door twee…”

Docent: “Ja, dat klopt. Maar hoe kom je dan op een zes uit?”

Leerling 1: “U deelt tien plus acht door twee. Dan sta ik een zes.”

Docent: “Ik begrijp je niet…”

Leerling 2: “Meneer, zij krijgt nu een zes, terwijl ze een acht en een tien heeft gehaald. Dat is niet eerlijk.”

Docent: “Hoe bedoel je, zij krijgt nu een zes?”

Leerling 2: “Omdat u de cijfers door twee deelt!”

Docent: “De acht en de tien. Dat is achttien.”

Leerling 2: “Ja! Maar u deelt het door twee…”

Docent: “En dan?”

Leerling 2: “Dan krijgt ze dus een zes!”

Leerling 1: “Ik vind het niet eerlijk!”

Leerling 2: “Ik ook niet!”

Docent: “Ik wel. Maar ik beloof jullie dat ik er nog eens naar zal kijken.”