Do the Gargon | Johnny Dowd

Het tiende studioalbum van Johnny Dowd is een feit. Tijd om dit Amerikaanse ‘enfant terrible’ de erkenning te geven die hij verdient.

Albumhoes Johnny DowdGespeend van zelfspot is de stug voort rockende zestiger Johnny Dowd nooit geweest. Ondergewaardeerd wel. Na zijn onverwachte doorbraak, eind jaren negentig met het lugubere album Wrong Side of Memphis (1998, Koch/Munich Records), volgde al snel weer de stilte. Een mediastilte, welteverstaan, want van de heer Dowd zelf kan moeilijk gezegd worden dat hij heeft stilgezeten. Naast die in de pers bejubelde debuutplaat bracht hij in vijftien jaar nog negen langspelers uit. Hoewel ook deze albums de moeite waard zijn, haakten steeds meer volgers af. Laat Do the Gargon (Mother Jinx Records, 2013) de herontdekking zijn.

Een in het oog springend nummer is Pretty Boy, waarin Dowd ontboezemt dat hij zichzelf wil kussen. Hij is immers de mooiste man op aarde. Nee, van het universum. Alleen als je Johnny Dowd heet, kom je er mee weg om ‘universe’ lekker vulgair te laten rijmen: “I’m the prettiest man / In the whole universe / I got some pretty in my pocket / I wanna flip into your purse.” Dat kun je leuk vinden. Of niet. Feit is dat het oeuvre van Johnny Dowd zo langzamerhand groot genoeg is om een serieus oordeel te krijgen. En dat krijgt het niet, voor wie geen genoegen neemt met stilte als teken aan de wand. Gelukkig komt bij de geboren Texaan stilte voor de storm.

Mensen die zeggen van alternatieve muziek te houden, zouden een poging moeten wagen Do the Gargon te leren kennen. De kans is groot dat zij het album al snel als té alternatief terzijde schuiven. Want van Johnny Dowd moet je houden. Hij is van het slag dat buiten de gangbare paden treedt en altijd verrast, niet omdat hij richtingloos is maar omdat hij wars is van hetzelfde. Hij doet steeds iets anders. Als mensen tijdens optredens roepen om oud werk speelt hij de oude liedjes in een nieuwe stijl. Zelfs nieuwe nummers veranderen per concert. Verwacht in september, als hij voor een viertal optredens in Nederland is, dan ook geen gelikte machine.

Vernieuwend en zelfvernieuwend is hij, de zingende verhuizer die zich op zijn 47-ste opeens als genius omschreven zag in het invloedrijke muziekmagazine Billboard. Mooier kan een muzikant niet zijn, vooral omdat elk album dat er van hem uitkomt ook de meest hardnekkige fan tijdens de eerste draaibeurt even doet slikken: “Oef, nu is hij echt de weg kwijt.” Ook Do the Gargon laat dat denken. Maar na een paar draaibeurten valt het kwartje: “Hallelujah! As it is it always was.” Die woorden zijn een fragment uit de tekst van Gargon’s Disco Balls, een swingend en ronkend nummer dat gerust het hoogtepunt van dit album genoemd mag worden.

“PLOF!” De nieuwe Johnny Dowd…

johnny dowd“PLOF!” klonk het, in de gang. Meteen wist ik wat dat betekende, dus haastte ik mij naar de deurmat. En ja, daar lag het pakketje waarop ik had gewacht. Ik opende het, rustig. Johnny Dowd had woord gehouden en een exemplaar van zijn nieuwe album, dat in september in de winkels moet liggen, aan mij toegestuurd. “Als je het niet goed vindt, doe er dan niets mee”, schreef hij. Maar hij kent me, en wist dat ik het album zou willen recenseren. Johnny’s albums zijn namelijk altijd het recenseren waard. Vind ik een album niet goed, dan doe ik er het zwijgen toe. Vind ik het fantastisch, dan zal ik alles doen om te helpen de verkoopcijfers te stuwen – hoe gering het effect van mijn bijdrage ook moge zijn. Johnny’s nieuwste, Do the Gargon, mag er zeker zijn. Zijn beste is het niet, omdat zijn debuutalbum al een regelrechte en niet te overtreffen klassieker was. Maar zijn vakmanschap als muzikant is verder uitgediept en hij heeft zich in een hele nieuwe richting ontwikkeld; begonnen als rootsy, gitzwarte doe-het-zelver, klinkt Johnny op Do the Gargon als een oprechte, a-poëtische parodie op progrock. Als je Johnny Dowd heet, kan dat maar zo een compliment zijn. De recensie volgt spoedig!