Paulien Cornelisse, gekunsteld maar ontwapend

Paulien Cornelisse heeft een onwaarschijnlijk groot verkoopsucces geboekt met Taal is zeg maar echt mijn ding, een bundeltje van columns waarin zij op puntige wijze taalcuriositeiten bespreekt. Ook ik heb een exemplaar in mijn boekenkast staan, gelezen en wel. Omdat het een aardig boekje is, wekte de ankeiler voor de uitzending door de VARA van Cornelisse’s cabaretvoorstelling Hallo Aarde mijn interesse. Ten tijde van de uitzending zelf, afgelopen zondag, was ik echter met andere dingen bezig en vergeten dat ik had willen kijken. Gelukkig kreeg ik dankzij NRC.nl, de website van de krant waarvoor Cornelisse schrijft, een herkansing.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Onder het berichtje op NRC.nl stond een keur aan commentaren op de voorstelling van Cornelisse, uiteenlopend van “Ik werd er, zeg maar, erg nerveus van” tot “Ze is grandioos, zelfs beter dan haar grote voorbeeld (en inspiratie) Brigitte Kaandorp”. Het commentaar dat tussen die twee beoordelingen in zat, van ene EvdM, kwam wat mij betreft nog het dichtst bij mijn eigen mening over Hallo Aarde: “Ze is goed, maar niet te goed, zoals goed behoort te zijn”.

Want ja, ze is goed, Cornelisse. Maar geboren voor het podium is zij niet. Evenmin is zij een paljas die ongeacht hetgeen zij zegt of doet op mijn lachspieren werkt. Haar gekkigheid doet gekunsteld aan, inderdaad geïnspireerd door Kaandorp – vandaar dat licht-irritante nerveuze gedoe. Maar beter dan de vakvrouw Kaandorp is Cornelisse op het podium niet. Althans, niet als cabaretière. Als grollende taalvirtuoos staat zij zeker haar mannetje, hoe obligaat de humor soms ook lijkt. Zo leunt haar sketch met een overhead projector en het Engelse dan wel Nederlandse werkwoord ‘beamen’ op een grap die menig taalliefhebber al kende, maar geeft zij er een draai aan waardoor zij ook op hun gezichten een glimlach krijgt.

De belangrijkste kracht van Cornelisse is echter haar ontwapenende presentatie. Ze staat er gewoon, op het podium, klungelig en gekunsteld als ze weet dat ze is. Niet omdat het publiek op haar zit te wachten doet ze dit, maar omdat zij dit leuk vindt om te doen en de kans om het nog echt te doen ook met beide handen wil aangrijpen. Ze ziet wel waar het schip strandt, zeg maar, waardoor zij het ongemerkt, bijna achteloos, in veilige haven loodst.

Published by