Lijfspreuk

Vanochtend floepte wat nu mijn nieuwe lijfspreuk is zomaar uit mijn mond. Onmiddellijk spoedde ik mij naar mijn website om haar te delen. Zij luidt:

Ga uit van de kracht in jezelf en niet van de zwakte in anderen.

Voor jou, zoon!

***

We zijn vijf dagen verder. Ik kijk inmiddels anders tegen de wereld aan. Dit is mijn lijfspreuk niet, uiteraard. Waarom zou ik een lijfspreuk hebben? Wat een onzin, zeg.

Het beste

“Waarom
Ben jij die man
Die altijd heel veel geeft?”
Vraagt het meisje
Aan de ijsverkoper, die
Inderdaad
Altijd een bolletje meer schept
Dan waarvoor betaald

“Omdat jij
Het beste in mij bovenhaalt”
Zegt de jongeman
En daar is geen woord
Gelogen van, want
Inderdaad
Haalt zij het beste
In hem boven

“Maar wat is dat dan
Het beste?”
Zou zij kunnen vragen, maar
Daar heeft zij geen zin in
Omdat het ijs vandaag (met extra bolletje meer!)
Inderdaad
Toch echt het beste smaakt
Als er niet te veel bij wordt gepraat.

***

Zondag 28 juli
Een komma weggehaald. Nu moet het goed zijn.

Woensdag 17 juli
Dit schrijfsel, ik krijg het maar niet af. Het begincitaat, de vraag: “Waarom ben jij die man die altijd heel veel geeft?” Die vond ik mooi, poëtisch. Het was écht een vraag. Van de dochter van mijn geliefde aan de ijsschepper van een zaak in Haarlem waar wij regelmatig komen. Omdat ik al een tijd niets meer geschreven had, besloot ik haar te gebruiken als basis voor eindelijk weer een tekstje op mijn blog. Een gedichtachtig iets, een Opdichtertje. Maar ik kwam er niet uit.

Het citaat zonder context is te dun, vind ik. De eerste alinea, de eerste zin, de eerste strofe was eenvoudig te bedenken; een beschrijving van wat er daadwerkelijk gebeurde. Maar daarna, wat wil ik zeggen met dit schrijfsel? In welke vorm wil ik het gieten? Zo’n gedichtending dat ik wel vaker schrijf, al lukt dat de laatste tijd dus niet. Maar is het daar geschikt voor? De openingszin, die eerste strofe, ook die was te dun, zonder vervolg. Zonder climax, zonder zeggingskracht.

Desondanks besloot ik het alvast te publiceren. Uit creatieve armoede. Of, positiever, om mijn blog nieuw leven in te blazen. Dat laatste is gelukt, denk ik. En nu, op woensdag 17 juli en ruim een maand na publicatie van het gemankeerde stuk tekst, voel ik dat ik hem het liefst zou verwijderen. Omdat er inmiddels weer wat recentere entries zijn, waardoor verwijdering van dit wangedrocht niet direct in het oog zou lopen van die paar lezers die ik hooguit heb.

Verwijdering zou echter een groter zwaktebod zijn dan het publiceren van het schrijfsel al was. Laten staan zoals het staat is evenmin een optie, zo zwak is het. Proberen het alsnog af te maken, dus. Maar ja, dan loop ik er net zo hard weer tegenaan: ik krijg deze tekst niet rond, niet mooi, niet interessant. Moet ik hem laten rusten? Natuurlijk. Maar nog niet. Ik laat hem staan zoals hij nu staat, inclusief afgebroken tweede strofe. En als ik het nog af maak, dan is dat zo.

*** ***

Donderdag 18 juli.
De tweede strofe is af. Wordt vervolgd.

Geslaagde cartoon

Tennisster Serena Williams had tijdens de finale van de Australian Open in september vorig jaar haar dag niet. En dat liet zij blijken ook. Bij voortduring. Haar gedrag resulteerde in drie officiële waarschuwingen, die haar een game kostten en mede daardoor de wedstrijd. Daarbovenop kreeg zij een boete.

Williams’ woede-uitbarsting was voor Michael Knight, cartoonist voor de Australische Herald Sun, aanleiding voor een spotprent. Op zijn tekening staat een karikatuur van Williams afgebeeld, stampend op haar racket, met een wilde haardos en met een fopspeen naast zich op de grond. Uit de grote, open mond spreekt intense woede. Op de achtergrond vraagt de umpire aan Williams’ tegenstandster: “Kun je haar alsjeblieft laten winnen?”

De gewraakte spotprent

Tabloiduitgave
Een geslaagde cartoon. Ware het niet dat de karikaturale Williams een platte neus en dikke lippen heeft gekregen, terwijl het opgestoken haar op kroeshaar zou lijken. “Racisme!” klonk het dan ook al snel en luid uit verlichte hoeken. En ook: “Vrouwonvriendelijk!”

Toen ik jong was, was ik daar zonder twijfel in meegegaan. Want ja, de zwarte mens wordt altijd en overal gediscrimineerd en vrouwen worden in het tenniswereldje vaak nog achtergesteld bij mannen, in beloning bijvoorbeeld. En, minstens zo verdacht: de Herald Sun is een tabloiduitgave uit de conservatieve koker van Rupert Murdochs mediumimperium News Corporation.

Naar aanleiding van de klachten werd de cartoon onder de loep genomen door de Australische Raad voor Journalistiek. Die oordeelde deze week dat de spotprent niet racistisch of seksistisch kan worden genoemd en dus niet in strijd is met de normen in de media.

Gelukkig maar.

Geëigende aanleiding
De racismekaart spelen zegt in deze kwestie meer over de critici van de cartoon dan over Wilson. Zij bepleiten immers een morele veroordeling van een tekening – en daarmee van de maker – op basis van wat zij zelf in die tekening zien, en niet op basis van de intentie van de tekenaar. Wie karikaturen van zwarte of vrouwelijke beroemdheden niet toestaat omdat zij karikaturen zijn, reduceert zwarte en vrouwelijke mensen reduceren tot karikaturen van zichzelf.

Uiteraard hebben kranten en andere uitingen van het vrije woord de plicht om te waken voor ridiculisering van bevolkingsgroepen. Daarvan is in dit echter geval geen sprake. Wilsons karikaturisering heeft namelijk puur betrekking op Williams, wier wangedrag op de tennisbaan een geëigende aanleiding was voor een spotprent.

Daves lied

Na een optreden op het Finger Lakes GrassRoots Festival of Music & Dance in Trumansburg, NY kreeg ik een cd in handen gedrukt van Dave Wilson, de vader van mijn toenmalige drummer. “Dit is mijn album”, zei hij. “Er staat een lied op over jou.”

“Een lied over mij?”

Mijn drummer Willie B en ik hadden mooie avonturen beleefd samen, waarvan Amerika doorkruisen met Johnny Dowd het hoogtepunt was. Willie B’s vader had ik een paar keer ontmoet toen hij uit Boston op bezoek was in Ithaca, NY, waar Willie en ik in hetzelfde huis woonden. Tijdens een van die ontmoetingen had ik hem eens verteld over mijn komst naar Amerika.

Dat verhaal sprak hem kennelijk aan.

Herontdekt
Thuis zette ik het album op, nieuwsgierig, en mocht ik ervaren hoe het is om bezongen te worden: “Come on, come on, Jairo, you know what to do. No one lives his life like you.”

Ik was vereerd.

Desondanks heb ik het album sindsdien niet meer geluisterd en is het in de vergetelheid geraakt, alhoewel ik nooit ben vergeten dat er door een Amerikaanse zanger een lied over mij is geschreven.

Stoffige doos 
Onlangs, veertien jaar later, heb ik het album herontdekt – of eigenlijk pas echt ontdekt. Zanger en liedjesschrijver Wilson is daar zelf verantwoordelijk voor door contact met mij op te nemen om mij te laten weten dat hij een tweede album heeft uitgebracht.

Onmiddellijk besloot ik dat eerste album weer eens op te zoeken. Dat bleek na heel wat verhuizingen in een stoffige doos op zolder verzeild te zijn geraakt. En zo kwam ik op het idee om het bericht over Wilsons nieuwe album aan te grijpen om hem eindelijk te bedanken voor het prachtige lied dat hij over mij heeft geschreven.

Bij dezen, Dave!

Nola & Michelle

Mijn dochter en de dochter van mijn geliefde. De één met kattenmuts, de ander in slaap gevallen in haar capuchon. Willekeurige kiekjes, weinig spannend, onscherp. En toch moest ik ze plaatsen van mijzelf en, ondanks het gebrek aan samenhang tussen de beelden, ze moesten bij elkaar. Waarom? Omdat dit mooie meiden zijn, die het beiden heel goed doen. Bijzondere meiden, sterke. Ik zou elke dag een foto van ze willen maken en die publiceren, dat is echter te veel van het goede. Mijn zoon mag er ook bij, maar die wil niet meer. Nola en Michelle, twee kleurrijke meiden die een eregalerij verdienen.

Voor mijzelf

In de afgelopen weken heb ik dagelijks een aantal selfies gemaakt en die bewerkt totdat zij mij bevielen. En als zij mij maar steeds niet konden bevallen, gooide ik ze weg. Uiteindelijk zijn er acht zelfportretten overgebleven waarvan ik zeg: “Mwoh, tja, nou ja, die kunnen er wel mee door”.

De gedachte achter dit project is dat ik wilde onderzoeken of ik in de foto’s mijn gemoed op het moment van fotograferen zou herkennen, ondanks of misschien wel juist dankzij de rigoureuze bewerkingen.

Aura
Natuurlijk, impulsieve blijdschap en boosheid herken je onmiddellijk op foto’s. Waar ik naar zocht is echter iets wat dieper gaat dan die uiterlijkheden. Een mogelijk bewijs voor het bestaan van zoiets als een aura, bijvoorbeeld.

Er zijn volgens mij aardige, voor mijzelf verrassende portretten uit voortgekomen. Wat lijk ik donker van geest op sommige van deze foto’s! En wat kom ik anders over dan ik mij van binnen voel…

Voor mijzelf
Betekent dit nu dat mijn gemoed, het aura, wel of juist niet doorschijnt in deze afbeeldingen? Het antwoord op die vraag houd ik voor mijzelf.