Nederland, het China van Europa

Eerder gepubliceerd op DIERENBESCHERMING.

Volgens het tijdschrift International Living is Nederland het op tien na beste land om in te wonen, zo las ik vandaag op de website van het Algemeen Dagblad. ‘Best een redelijke klassering’, dacht ik. ‘Maar dan hebben ze het waarschijnlijk niet over het woongenot voor dieren in de Nederlandse vee-industrie’. Want dat is in Nederland al jaren onder de maat.

De situatie in Nederland werd onlangs in NRC Handelsblad treffend opgetekend uit de mond van Roel Coutinho: ‘Vroeger zeiden we: dit soort dingen gebeurt in China, waar zo veel mensen en dieren dicht op elkaar samenleven. Maar Nederland is het China van Europa.’ Daarbij keek Coutinho, ’s lands bekendste bestrijder van infectieziekten, de situatie puur vanuit menselijk perspectief: wat zijn de gevolgen van de intensieve veehouderij voor de gezondheid van mensen? Wat ik graag zou zien, is dat wij in Nederland terugkijken op het afgelopen decennium en ons afvragen: ‘Wat zijn de gevolgen van de vee-industrie voor de dieren? Waar zijn wij mee bezig?’.

Rapport
Ik heb in eerdere weblogs al aangegeven dat de veehouderij zoals die nu bestaat wat de Dierenbescherming betreft zijn langste tijd gehad heeft. Daarbij voelt het soms alsof wij een vrij radicaal en vooruitstrevend standpunt innemen, gezien de maatschappelijke stilte die er op dit moment nog altijd klinkt zodra het onderwerp op tafel wordt gelegd. Waar blijven de demonstraties tegen het huidige beleid van schaalvergroting? Alleen als het over een megastal in de eigen achtertuin gaat, wil er vanuit de lokale gemeenschap nog wel eens een handtekeningenactie op touw worden gezet. Wat ik wil zien, is honderdduizend op het Malieveld in Den Haag.

Het idee om de ontwikkelingen in de veehouderij aan de kaak te stellen is echter niet radicaal, laat staan nieuw. Al in 2001 is de ethische onhoudbaarheid van de intensieve veehouderij opgeschreven in Toekomst voor de Veehouderij, een rapport van een denkgroep onder leiding van de Nederlandse econoom Herman Wijffels: ‘De dominante ontwikkelingslijnen binnen de veehouderij hebben in de ogen van de samenleving de grenzen van het aanvaardbare en toelaatbare overschreden’. Volgens het rapport zou het in 2010 gedaan zijn met de dieronwaardige vleesproductie. Toenmalig minister van Landbouw Laurens-Jan Brinkhorst (D66) beloofde actie.

Politieke eeuwigheid
Opvallend genoeg ging het rapport uitgebreid in op de onhoudbaarheid van de situatie vanuit het perspectief van de dieren. Dan is het vreemd dat in de huidige discussie over de vee-industrie, opgespeeld naar aanleiding van de de Q-koorts, het dierenperspectief veelal wordt genegeerd. Er wordt gepraat over de gevolgen voor de boeren, er is aandacht voor de mensen die ziek zijn geworden. En ja, er wordt wel eens een dierenarts geportretteerd om inzichtelijk te maken hoe moeilijk die het heeft met het afmaken van de dieren. Met een beetje geluk wordt gemeld dat de slachting van drachtige geiten niet nodig was geweest als er eerder maatregelen waren genomen.

Maar tussen alle economische en volksgezondheidsoverwegingen door hoor ik maar weinig mensen zeggen dat onder de voornaamste slachtoffers van dit zoveelste geval van menselijk falen – want dat is de Q-koortsepidemie – tienduizenden vaak volkomen gezonde dieren zijn. En dat het daarmee afgelopen moet zijn. Een decennium is voorbijgegaan sinds Wijffels en Brinkhorst de vee-industrie aan de kaak stelden; een politieke eeuwigheid. En wat is er in de tussentijd gebeurd? Brinkhorst is weg. De vee-industrie is fors gegroeid. De samenleving blijft stil. Er zijn miljoenen dieren gedood. Over dierenwelzijn geen woord. Je kunt als dier in Nederland net zo goed in China wonen.

Published by