Een onversneden kunstenaar

Met de kunst van mijn vader is het als met de muziek van Johnny Dowd: je houdt er van of je houdt er niet van. Zo is het met veel dingen, maar toch ligt het met het werk van deze twee creatievelingen anders dan met dat van de meeste buitenbeentjes van wie hetzelfde wordt gezegd. Zo kun je van het gros van hun geestverwanten zeggen dat hun uitingen vernieuwend zijn, of van een hoog technisch gehalte. Vaak is werk van buitenbeentjes toegankelijker naarmate het vertrouwder wordt. Dat kun je van het werk van mijn vader en Johnny niet zeggen. Om die reden spreekt hun kunst mij aan.

Ware buitenbeentjes verdienen het om aandacht te krijgen, terwijl hun werk daar bij uitstek niet voor is gemaakt. Toen ik in Ithaca, NY woonde, wierp Johnny zich op als een soort surrogaatvader. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor, omdat dit mij de kans bood om mij als muzikant te profileren. Nu is het tijd om mijn echte vader te bedanken, die sinds jaar en dag hartstochtelijk in de weer is met videorecorder, fotocamera, bewerkingsprogramma’s en kwast. Ja, voor sommige van zijn audiovisuele creaties produceert hij zelfs zijn eigen geluiden, die hij geen muziek noemt maar dat wat mij betreft in de traditie van John Cage wel zijn.

Illustere namen
John Cage. Johnny Dowd. Mijn vader. Ik ben een nazaat van een kunstenaar die zich mag verheugen in een rijtje illustere namen. Noem ik voor de volledigheid ook Jon Langford, zanger van de Britse punkband The Mekons en raskunstenaar, die ik dankzij Johnny ook nog eens heb mogen ontmoeten en interviewen en die in een rijtje met illustere buitenbeentjes niet onvermeld mag blijven. En dan ben ik klaar. Klaar om mijn vader te roemen. Klaar om van de daken te schreeuwen dat mijn vader een fantastisch buitenbeentje in de kunst is. Dat met zijn werk moge gebeuren wat dat van Henry Darger overkwam! Klik hier om te verdwalen op de website van mijn vader, een onversneden kunstenaar.

Published by