Stip aan de horizon

Voor algemeen directeur Frank Dales van de Dierenbescherming fungeerde ik gedurende drie jaar (1 oktober 2009 – 30 september 2012) als voornaamste ghostwriter. Ik schreef columns voor zijn weblog. Een ruime greep uit die schrijfsels publiceer ik hier opnieuw.

Eerder gepubliceerd op DIERENBESCHERMING.

Goed nieuws over de manier waarop wij in Nederland met dieren omgaan is minder sexy dan berichten over dierenleed, die vaak heftige reacties van medeleven, woede en onbegrip oproepen. Vandaar, misschien, dat het nieuws over de opmars van diervriendelijker geproduceerde eieren in de schappen van onze supermarkten in de media nauwelijks terug te vinden is. De heugelijkheid van die opmars, die blijkt uit een quickscan van de stichting Natuur & Milieu, is er niet minder om. Als de trend doorzet, en daar ziet het dankzij het Beter Leven kenmerk naar uit, dan is Pasen ook voor de legkippen in Nederland op een dag een feest om naar uit te kijken.

Dat de ontwikkeling naar diervriendelijker productie van eieren geen klein grut is in de verbetering van het algemene dierenwelzijn in Nederland, blijkt uit het de volumecijfers: Nederland produceert 10 miljard eieren per jaar, de gemiddelde Nederlander consumeert er in dat tijdsbestek 188! Daarbij gaat het niet alleen om tafeleieren, maar ook om eieren die in allerlei producten – van shampoo tot koekjes – zijn verwerkt. Deze industrie-eieren zijn vaak minder diervriendelijk geproduceerd. Ook hier signaleert Natuur & Milieu echter een trend naar ‘beter’. Grootverbruiker Unilever, bijvoorbeeld, wil dat de eieren die zij verwerkt in 2020 volledig bestaan uit vrijeuitloopeieren.

Ophogen van de ondergrens
Om te zeggen dat we er bijna zijn, wat betreft de diervriendelijkheid van de productie van eieren, voert op dit moment dan ook nog veel te ver; het aandeel van biologische eieren in het totaalaanbod is nog maar drie procent. En de enige eieren die wat de Dierenbescherming betreft echt door de diervriendelijke beugel kunnen zijn biologische of de op het gebied van dierenwelzijn aan biologisch gelijkwaardige Rondeeleieren. Kortom, er is nog een lange weg te gaan. Maar dat zijn wij van de Dierenbescherming gewend te zeggen, dus daar schrikken wij niet van. Liever kijk ik nu eens naar de positieve ontwikkelingen in de huidige eiermarkt.

Ik zei het al, voor die ontwikkeling is het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming verantwoordelijk. Marktpartijen komen er in toenemende mate achter dat de sterren van dit kenmerk een diervriendelijker productiewijze van vlees en eieren economisch aantrekkelijk maken, aangezien zij door steeds meer consumenten worden herkend en omarmd als een indicatie dat deze producten door de beugel kunnen. Natuurlijk kleeft daar een risico aan: ook de meeste sterreneieren (die met 1 of 2 sterren) zijn niet biologisch en dus niet zo diervriendelijk mogelijk geproduceerd. Wat het kenmerk echter wel bewerkstelligt, is het ophogen van de ondergrens voor dierenwelzijn.

Het nieuwe gangbaar
Stapje voor stapje verbeteren wij zo het leven van honderdduizenden legkippen per jaar. En nee, van die geleidelijkheid lopen de media niet warm. Dat deden zij wel toen supermarktketen Plus onlangs aankondigde vanaf deze maand alleen nog vrijeuitloopeieren aan te bieden. Dat heeft te maken met de timing van die aankondiging, juist nu iedereen zich voorbereidt op Pasen. Ook helpt het dat het een grote stap in één keer door een belangrijke marktpartij is en dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier de stap publiekelijk toejuicht in reclamespotjes. De Dierenbescherming hoopt de keten, die twee sterren van het Beter Leven kenmerk voor de eieren wil, binnenkort te kunnen feliciteren.

De stap van Plus past in een trend die ook Natuur & Milieu signaleert: er lijkt een verschuiving op te treden van gewone scharreleieren op het dierenwelzijnniveau van een ster van het Beter Leven kenmerk naar een groter aanbod van vrijeuitloopeieren met twee sterren. En ja, dat is een constatering die mijn dierenhart echt sneller doet kloppen; zetten wij met het Beter Leven kenmerk voor eieren een paar jaar geleden in eerste instantie in op het verhogen van de ondergrens van reguliere eieren tot het welzijnniveau van legkippen waarvan de eieren een ster krijgen, inmiddels is een toekomst waarin vrije uitloop het nieuwe gangbaar is als een stip aan de horizon verschenen.

Anders en beter, voor mens en dier

Eerder gepubliceerd op DIERENBESCHERMING.

kalkoen-300x228Laat dit getal eens goed tot u doordringen: 42.700. Dat is ruwweg het aantal toeschouwers dat voetbalclub Feyenoord bij thuiswedstrijden trekt. Dan zit De Kuip lekker vol. Helaas noem ik dit getal echter niet in het kader van een voetbalwedstrijd, maar betreft dit het aantal kalkoenen dat zondag is gedood vanwege besmetting met het vogelgriepvirus. Wat die op zichzelf al trieste zaak nog veel erger maakt, is dat het doden fout ging: het vergassen van de dieren duurde te lang, waardoor zij heel erg hebben geleden. Volstrekt onacceptabel, natuurlijk. Staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) laat de ruiming dan ook evalueren. De Dierenbescherming stelt haar expertise voor die evaluatie ter beschikking.

Het incident legt een veel dieper probleem weer eens bloot: elk jaar is er wel ergens een uitbraak van vogelgriep in Nederland, waarbij telkens naar het rigoureuze middel van massale doding wordt gegrepen om die te bestrijden. Daarbij leggen vaak tien- of zelfs honderdduizenden gezonde dieren het loodje. Gezonde dieren? Jazeker, want sinds 2003 betreffen de uitbraken van vogelgriep in ons land telkens laagpathogene varianten, die nauwelijks of geen ziektesymptomen veroorzaken en vaak toevallig ontdekt worden in het laboratorium, tijdens onderzoeken van bloedmonsters van vogels. Bij een uitbraak van een hoogpathogene variant van het vogelgriepvirus neemt het aantal dieren dat voor de zekerheid gedood wordt al snel explosief toe.

Noodvaccinatie
Hoewel het virus dus regelmatig de kop op steekt en dit elke keer veel dierenleed berokkent en economische en imagoschade voor boeren en ons land met zich meebrengt, om nog niet eens te spreken over het gevaar voor de volksgezondheid, blijft het Nederlandse beleid om dit probleem het hoofd te bieden sinds jaar en dag steken in symptoombestrijding. Structureel beleid wordt met de mond wel beleden, maar heeft, zelfs na de ernstige vogelpestcrisis van 2003, nog niet eens tot het begin van een structurele oplossing geleid. Oplossingen die de Dierenbescherming aandraagt, zoals preventieve vaccinatie en systeemverandering, waardoor het virus kan worden uitgebannen, worden door de pluimveesector tot nu toe volstrekt genegeerd.

Staatssecretaris Bleker meldde onlangs in zijn Nota dierenwelzijn en diergezondheid wel dat hij bij uitbraak van besmettelijke dierziekten noodvaccinatie wil toepassen. Daarbij worden dieren op bedrijven in een cirkel rondom besmette bedrijven gevaccineerd, om de uitbraak te laten uitdoven. Wil die aanpak succesvol zijn, dan zijn allerlei aanvullende maatregelen nodig, zoals vervoersverboden en het ophokken van de dieren. Noodvaccinatie tegen vogelgriep is in Nederland echter nog niet toegestaan, bij gebrek aan een geschikt vaccin. Het bestaande vaccin is niet werkzaam genoeg en moet één voor één met de hand bij alle kippen geïnjecteerd worden, wat in een grote schuur met tienduizenden kippen een tijdrovende en voor de dieren zeer stressvolle klus is.

Supermarktketen Plus
Maar ook als een werkzaam en praktisch toedienbaar vaccin wordt ontwikkeld, is toepassing ver weg. De voor Nederland belangrijkste buitenlandse afzetmarkt, Duitsland, accepteert namelijk geen producten van gevaccineerde dieren. Dat de angst dat het vogelgriepvirus met de producten naar Duitsland komt en Duitse consumenten ziek maakt niet door onderzoek wordt onderbouwd, doet niets aan die angst af. Kortom, noodvaccinatie biedt niet de structurele oplossing die de Dierenbescherming voorstaat. Helaas geldt hetzelfde voor preventieve vaccinatie, waarbij dieren in de pluimveesector standaard het vogelgriepvaccin krijgen toegediend. Acceptatie door de markt, ook in Nederland, staat deze structurele oplossing in de weg.

Blijft over de systeemverandering. De sector, haar afnemers en de overheid moeten, in samenwerking met de Dierenbescherming, full swing inzetten op herinrichting van de pluimveehouderij. Hoopgevend is wat dat betreft het voornemen van supermarktketen Plus om de scharreleieren in haar schappen te vervangen door vrijeuitloopeieren met twee sterren van het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming: diervriendelijker huisvestingssystemen verlagen de stress van de dieren, waardoor hun weerstand wordt verhoogd. Voeg daarbij het gebruik van sterkere, minder op productie gefokte dieren met een grotere natuurlijke weerstand en de leveranciers van Plus hebben een grote stap richting een gezonder en veiliger bedrijfsvoering gezet.

Gezond eigenbelang
Een domper is dan weer de  reactie van de Nederlandse Vakbond van Pluimveehouders (NVP) op de plannen van Plus. De vakbond stuurde  prompt een brief aan het Productschap voor Pluimvee en Eieren met het verzoek tegen die plannen te protesteren. De sector, meldt de brief, doet zijn best om scharreleieren te produceren en met al die vrijeuitloopkippen in de buitenlucht lopen mensen en kippen heel veel risico op ziekten. De brief verwijst naar een nog niet openbaar rapport van de Erasmus Universiteit, dat stelt dat vrijeuitloopkippen door contact met wilde vogels elf keer zo veel risico lopen op besmetting met vogelgriep als ‘binnenkippen’. Mijn reactie daarop: dan moet die uitloop zo worden ingericht dat wilde vogels, zoals ganzen en eenden, er niet naartoe gaan.

De NVP gaat onterecht voorbij aan de rol van de mens in uitbraken van vogelgriep. Niet voor niets is het virus aangetroffen onder het stadionvol gedode kalkoenen, dieren die de buitenlucht nooit hadden gezien. Sector en overheid zijn veel te terughoudend in het bewerkstelligen van structurele veranderingen, blijven steken in kortetermijndenken dat niet alleen dierenleed met zich meebrengt maar ook de mens niet ten goede komt. Wanneer ontdekken zij dat gezonde landbouwdieren een gezond eigenbelang behelzen? De NVP moet plannen als die van Plus niet bestrijden, maar omarmen als bewijs dat de wil er is om het anders en beter te doen, voor mens en dier. Hopelijk kan de Dierenbescherming de toeleveranciers van Plus binnenkort die sterren toekennen.

Geniale eenvoud

Eerder gepubliceerd op DIERENBESCHERMING.

In de opvangcentra van de Dierenbescherming staat het welzijn van de dieren voorop. Tegelijkertijd proberen de asielen de duizenden honden en katten – en steeds vaker ook knaagdieren – zo snel mogelijk een nieuw baasje te geven. Die twee prioriteiten vormen samen een knelpunt. Voor hun welzijn zijn de dieren immers gebaat bij een rustige omgeving, waarin de overlast die gepaard gaat met deuren die open en dicht gaan en voorbijlopende en starende bezoekers binnen de perken blijft. Zelfs asielmedewerkers die de hokken controleren kunnen stress veroorzaken, wat het welzijn van de dieren niet ten goede komt.

DierenbeschermingWebcam02-300x212Maar potentiële baasjes willen de dieren juist graag ontmoeten, opdat zij een weloverwogen selectie kunnen maken van dieren die zij interessant vinden voor een nadere kennismaking. De opvangcentra moeten ook hier rekening mee houden om succesvol te kunnen zijn in de plaatsing van dieren. Dankzij het Pedigree Adoptie Plan is een oplossing voor dit knelpunt voorhanden. Pedigree is samen met de Dierenbescherming het Pedigree Adoptie Plan gestart. De eerste twee edities in 2009 en 2010 hebben samen meer dan 200 duizend euro opgeleverd. Hiermee zijn speelweides gemaakt en de verblijven verbeterd. Het geld dat vorig jaar in het kader van deze samenwerking bijeen is gebracht, komt dit keer ten goede aan een project dat snelle plaatsing en goed welzijn van honden in het asiel mogelijk maakt zonder dat deze prioriteiten elkaar nog in de weg zitten.

Direct te volgen
Dat project is een weldoordacht stukje innovatie waar ik trots op ben, omdat het een toonbeeld van professionalisering betreft waarvan iedereen beter wordt: de honden, de potentiële baasjes en de asielmedewerkers. Ik heb het over de plaatsing van webcams in de dierverblijven. Een proef om te kijken of dit uitpakt zoals wij hopen en verwachten is deze week van start gegaan in Dierentehuis Kennemerland in Zandvoort. Ik was erbij, en ik kon een glimlach van enthousiasme niet onderdrukken toen ik besefte dat het er nu echt van gaat komen.

De camera’s maken het mogelijke baasjes wel heel gemakkelijk om kennis te maken met de dieren in het asiel. Zij kunnen immers gewoon vanuit hun eigen luie stoel vanaf hun laptopje Ikzoekbaas.nl bezoeken om filmpjes van de honden in het betreffende asiel te bekijken. Zien ze een dier dat hen bekoort, dan vragen zij online een code aan om het dier via de webcam direct te volgen, nog steeds zonder het huis te verlaten en geheel vrijblijvend. Bevalt het dier dan nog steeds goed, dan is de tijd gekomen om het daadwerkelijk te ontmoeten. Pas dan is een trip naar het opvangcentrum noodzakelijk.

24 uur per dag
Natuurlijk betreft dit niet een project dat inspeelt op de vermeende luiheid van potentiële baasjes, maar gaat het er om mensen een gedegen indruk te laten krijgen van het karakter van het dier, dat ongestoord zijn eigen gang kan gaan in zijn verblijf in het asiel. Dit is een betere manier om kennis te maken dan door het dier van nabij te zien, omdat sommige dieren zich bij zo’n eerste ontmoeting niet gedragen zoals zij in het dagelijks leven zijn; ze zijn gestrest omdat ze de bezoeker niet kennen. Dat wil niet zeggen dat ze zich niet goed gedragen, maar wel dat de kans op een verkeerde indruk bestaat.

Goed, en dan is er het voordeel van de webcams voor de asielmedewerkers. Die hoeven namelijk niet langer eens in de zoveel tijd al de hokken af om te zien of alles er in orde is. In plaats daarvan controleren zij de dieren zo veel mogelijk via de camera. Daardoor hebben zij meer tijd om aandacht te besteden aan dieren die op dat moment wel zorg nodig hebben en hebben zij 24 uur per dag zicht op wat er in de verblijven gebeurt. En ja, uiteraard is ook dat weer een voordeel dat ook de honden ten goede komt, want hun rust hoeft niet meer te worden verstoord door medewerkers die hun controleronde doen.

Pedigree, bedankt!
Voor de honden heeft het dus het voordeel dat zij minder vaak en door minder potentiële baasjes die uiteindelijk geen interesse in het betreffende dier hebben worden lastiggevallen. Dat reduceert de stress, waardoor het verblijf in het asiel veraangenaamt, waardoor het dier uiteindelijk eenvoudiger te plaatsen zal blijken omdat dieren die goed in hun vel zitten eerder vaak worden uitgekozen. Dat laatste komt ten goede aan het dier, dat sneller een baasje vindt, maar ook aan het asiel, dat eerder ruimte krijgt voor een nieuwe gast. De geniale eenvoud van dit project vind ik verbazingwekkend.

De proef die deze week is gestart, duurt drie maanden. Als die goed uitpakt, dan wil de Dierenbescherming dit project ook in haar andere asielen lanceren. Om dat te kunnen doen, zoeken wij sponsors. Dat kunnen bedrijven zijn, maar ook particulieren. De eerste die zich heeft hard gemaakt om dit fantastische project mogelijk te maken is Pedigree geweest. Daarom zeg ik nog maar eens heel nadrukkelijk: Pedigree, bedankt! Ik heb gisteren, tijdens de officiële ingebruikneming van de camera’s, opnieuw genoten van de overduidelijke toewijding van directeur Roeland van der Mee van Mars Petcare, waarvan Pedigree onderdeel is.

Gekke Henkie

Eerder gepubliceerd op DIERENBESCHERMING.

verkiezingspotloodIk zal niet aan naming and shaming van politieke partijen of individuele politici doen, want daar gaat het mij niet om. Maar, tjonge jonge, wat werd ik dinsdag, tijdens het Nationaal Verkiezingsdebat Landbouw en Natuur in het Museum voor Communicatie in Den Haag, weer eens rauw met de neus op de feiten gedrukt: veel van de gevestigde politieke partijen zijn nog altijd niet overtuigd van de prioriteit die dierenwelzijn verdient in de manier waarop wij in Nederland onze samenleving inrichten.

Of een partij zich nu ter linker of ter rechter zijde van het politieke spectrum manifesteert, of zij zich nu liberaal, christelijk, sociaaldemocratisch, of wat ook noemt – het boeit niet. In het debat over een waardig bestaan voor de dieren gaat het om de vraag of een deelnemer de ethische kwestie ziet die schuilgaat achter het leed dat dieren ten bate van de mens zo vaak wordt aangedaan. Politieke kleur is daarbij volstrekt irrelevant. Helaas, zo bleek, lijdt menig (potentiële) volksvertegenwoordiger op dit punt aan een blinde vlek.

Gemeenschappelijke verklaring
Goed, de prioriteit die ik vraag voor dierenwelzijn is geen objectieve noodzaak. Zo las ik vanochtend de reactie van ene Henkie op mijn opinieartikel in Trouw over duurzame vis, die volgens mij niet duurzaam is zo lang dierenwelzijn niet in de criteria wordt meegenomen. Henkie plaatst mijn mening in perspectief: ‘Volgens mij vindt de massa het allemaal wel best dat dieren moeten lijden, wanneer deze voor voedsel gebruikt gaan worden. Iedereen snapt toch dat als je vis wilt eten [deze] gevangen moet worden?’

Misschien heeft Henkie wel gelijk. En sommige politici luisteren vooral in verkiezingstijd nu eenmaal graag naar mensen als hij, die vaak namens ‘de’ massa lijken te spreken. Dan is het ook niet zo verwonderlijk dat een debatbijeenkomst waar de Dierenbescherming aandacht vraagt voor dierenwelzijn niet eindigt met een gemeenschappelijke verklaring waarin wordt vastgelegd dat dierenwelzijn voortaan wordt meegewogen in de haalbaarheid en wenselijkheid van beleid dat ook dieren betreft.

Bewustmaking
Als Henkie de Dierenbescherming vervolgens echter ‘een klein clubje activisten’ noemt die het voor elkaar krijgt dat ‘de massa geen eten meer op tafel kan krijgen wat ze wel graag willen eten’, dan twijfel ik aan zijn oprechtheid en kennis van de Dierenbescherming. Met 150 duizend leden zijn wij immers de grootste dierenwelzijnsorganisatie van Nederland. Ook staan wij tot bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – vaak mikpunt van ons ongenoegen – niet als activistisch maar juist als meedenkend te boek.

Evenmin willen wij Henkie de mogelijkheid ontnemen om te eten wat hij wil. Wel proberen wij hem bewust te maken van de ethische vraagstukken die kleven aan onze omgang met dieren. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat ik tijdens het debat af en toe van verbazing uit mijn stoel viel. Want als zelfs een zelfverklaarde marktliberaal zich uitspreekt voor de zwaar gesubsidieerde vee-industrie, wat gebeurde, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat dit land door gekke Henkie wordt geregeerd.

Schoenmaker, blijf bij je leest

Eerder gepubliceerd op DIERENBESCHERMING.

konijnopwit1Konijnen, ik heb het er niet vaak over. En dat terwijl er in Nederland honderdduizenden als huisdier worden gehouden, waarmee zij hoog in de lijst staan van populaire levende knuffels voor het hele gezin. Ja, konijnen zijn zo laagdrempelig in aanschaf dat zij soms zelfs als verjaarscadeau dienen. Zo kan het gebeuren dat, voor de ontvangende ouders totaal onverwacht, een vriendje of vriendinnetje op het verjaarspartijtje van kindlief met zo’n grappige wipneus in een kooitje komt binnenvallen. Ik spreek hier niet als ervaringsdeskundige, maar ken mensen die dat wel zijn. Hun onverwachte zorgplicht voor een konijn was zelden een goede ervaring.

Konijnen zijn namelijk helemaal niet zo knuffelbaar. De meeste worden dan ook binnen de kortste keren uit de belevingswereld van hun baasjes verbannen. En zo brengen zij de rest van hun leven door in een kleine kooi met wat stro in een hoekje van tuin of kamer. Of worden zij naar het asiel gebracht, waar zij steeds meer soortgenoten tegenkomen die ook niet langer gewenst zijn. Want ja, dat was een opvallend detail in het jaarverslag van onze asielen dat deze week uitkwam: het aantal opgevangen konijnen neemt toe. Exacte getallen ontbreken nog, maar er is ontegenzeggelijk sprake van een stijgende lijn.

Geldkloppertjes
Daarmee vormen konijnen een uitzondering. Het aantal katten en honden, de diersoorten die nog altijd zeer sterk zijn oververtegenwoordigd in de asielen, neemt voor het eerst in jaren immers af. Enigszins zorgwekkend dus, die toename van het aantal. Een verklaring voor die stijging is niet zo moeilijk te bedenken. Die zit hem volgens mij in de eerder genoemde laagdrempeligheid van aanschaf van konijnen, die de laatste jaren steeds groter is geworden. Konijnen hebben namelijk de twijfelachtige eer om tot één van de favoriete geldkloppertjes van tuincentra te zijn uitgegroeid.

Vroeger verkochten tuincentra geen konijnen. Toen deden alleen dierenwinkels en keuterboertjes dat. Het personeel van die dierenwinkels mag worden geacht om, net als de boertjes, in staat te zijn aan potentiële kopers uit te kunnen leggen wat de basale noden en wensen van konijnen zijn. Een toegewijde bediende waarschuwt ook voor de overschatte knuffelprestaties van de donsachtig zachte langoren. Goed, dat is geen garantie tegen impulsaankopen en, ja, ook bij dierenwinkelpersoneel ontbreekt het soms aan deskundigheid. Maar in tuincentra, waar dieren secundaire handelswaar zijn, wordt de argeloze klant nóg minder in de weg gelegd om een impulsaankoop te doen.

Geduchte concurrent
Konijnen hebben in een tuincentrum dezelfde status als tuinkabouters: het zijn ornamenten die uw tuin opfleuren. Het verschil is dat konijnen leven en dus verzorging nodig hebben. Het zijn dan ook niet eens zozeer de konijnen die extra geld in het laatje brengen, maar vooral de zorgproducten die de koper voor het dier nodig heeft. Denk aan voer. Een drinkfles en een kooi. Zakken stro of hooi. Kortom, ouders die op het verjaarsfeest van hun kind worden verrast door gezinsuitbreiding in de vorm van een konijn worden door de gulle gever ook opgezadeld met ongevraagd extra werk en een bescheiden aanvullende kostenpost.

De bezettingsgraad (tjokvol!) van onze in konijnen en knaagdieren gespecialiseerde opvangcentra in Heiloo, Utrecht en Ridderkerk doet vermoeden dat lang niet alle ouders onverdeeld gelukkig zijn met het konijn dat hun kind cadeau kreeg. Daarnaast doet zij het ergste vrezen voor het aantal huppelaars dat achteloos in de vrije natuur wordt uitgezet. Tuincentra doen er dan ook verstandig aan zich bij hun leest te houden. Gebeurt dat niet, dan voorzie ik dat katten en honden er wat betreft opvangaantallen in asielen binnen enkele jaren een geduchte concurrent bij hebben.

Profilering via ‘Dierenpolitie’… Goed voor de dieren?

Eerder gepubliceerd door DIERENBESCHERMING.

In de landelijke media lees en hoor ik de laatste tijd regelmatig verhalen over de al dan niet noodzakelijke oprichting van een dierenpolitie. Al die aandacht is onder andere het gevolg van de verkiezingskoorts waarin wij in Nederland verkeren sinds de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen en de val van het kabinet-Balkenende IV. In een heftige verkiezingsstrijd rolt een positief onderwerp als dierenwelzijn nu eenmaal een stuk lekkerder van de tong dan, bijvoorbeeld, bezuinigingen. De mate waarin steeds meer mensen zich het lot van dieren aantrekken speelt echter eveneens een rol. Juist daarom staan politici in de rij om dierenwelzijn op te nemen in hun verkiezingsagenda. Democratie blijkt een goede zaak voor de dieren! Althans…

Het idee voor een dierenpolitie werd eind januari op de kaart gezet toen minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit toestemming verleende voor een proef in Capelle aan den IJssel: twee opsporingsambtenaren met extra bevoegdheden gaan zich in die gemeente naast hun normale werkzaamheden ook  bezighouden met dierenleed. De bekendmaking van de proef werd gretig opgepikt door de media en verschillende gemeenten hebben inmiddels aangegeven ook wel iets in dit idee te zien. Zonder ironie durf ik te stellen dat wij in Nederland op de goede weg zijn als die kennelijke interesse in het welzijn van dieren door deze gemeenten wordt omgezet in beleid. Het is een prima idee om te onderzoeken of de oprichting van een speciale dierenpolitie daarbij van toegevoegde waarde is.

Centrale meldkamer
Wat ik alleen zo jammer vind is de misleidende, ja, soms zelfs ronduit valse en denigrerende  argumentatie die wordt gebruikt om het pleidooi voor de oprichting van  een Dierenpolitie – een soort Animal Cops in de polder – kracht bij te zetten. Allereerst worden er in de proef in Capelle aan den IJssel geen extra mensen ingezet die uitsluitend dierenwelzijnswetgeving controleren, zoals in de berichtgeving wel vaak wordt gesuggereerd. Neen, het gaat om twee bestaande ambtenaren die dit werk erbij moeten gaan doen! Ten koste van welke andere taken dat zal gaan  is vooralsnog niet bekend. Het waarom achter dit idee wordt nogal eens uitgelegd door te stellen dat er in Nederland slechts veertien mensen zijn die zich bezighouden met de opsporing van dierenleed. Dat is niet waar.

Het klopt dat bij de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) veertien opsporingsambtenaren werken. Is dat te weinig? Misschien… Die vraag krijgt echter een andere lading als er bij zou worden verteld dat deze mensen worden geassisteerd door een zeer professionele centrale meldkamer in Hilversum, waar elf mensen met een HBO-opleiding op het gebied van dierenwelzijn ondersteuning bieden. De vraagt krijgt nog een andere lading als evenmin zou worden vergeten dat de beroepsinspecteurs daarnaast ook nog worden ondersteund door ruim tweehonderd lokale inspecteurs, die verbonden zijn aan de meldkamer in Hilversum en aan de lokale afdelingen van de Dierenbescherming.

Te hoge verwachtingen
Weten lokale politici en de media dat dan niet? Ik kan het u niet vertellen. Wat me wel opvalt is dat niet iedereen zich lijkt te realiseren dat de reguliere politie de bevoegdheden om dierenbeulen aan te pakken gewoon heeft. Daar hoeven we niks meer voor te regelen in dit land. Als morgen een korpsbeheerder in een gemeente roept dat de opsporingsprioriteit verschuift van parkeerovertredingen naar de aanpak van dierenleed, dan kan dat! Natuurlijk heb je daar specialistische kennis voor nodig. Dat is ook precies de reden waarom onze inspecteurs politiemensen zo vaak assisteren en ondersteunen! Verder hebben we in dit land ook nog de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw. Deze opsporingsambtenaren komen in actie als er sprake is van bijvoorbeeld verwaarlozing van vee.

Kortom, ik hoed voor te hoge verwachtingen als het gaat om mensen die zonder kennis van zaken roepen dat er ‘Animal Cops’ moeten komen in dit land. Overigens hebben die ‘echte’ Animal Cops van de televisie vaak minder bevoegdheden dan de LID in Nederland, maar dit terzijde…

Kennis, expertise en ervaring
Zoals ik hierboven al aangaf: we moeten in de discussie over de noodzaak van een speciale dierenpolitie niet uit het oog verliezen dat ook de reguliere politie dierenwelzijn in het takenpakket heeft. Dat wil zeggen dat een agent die stuit op een misstand op dat gebied de plicht heeft om in te grijpen. De toegevoegde waarde van de LID en de afdelingsinspecteurs zit dan ook niet zozeer in wat zij mogen doen, maar in de focus die zij hebben. Precies zoals dat hopelijk het geval zal blijken te zijn met de speciale opsporingsambtenaren in Capelle aan den IJssel. Als die proef volgend jaar een positieve evaluatie krijgt, dan staat de Dierenbescherming klaar om mee te werken aan de professionalisering van de inspectiedienst voor dierenwelzijn op lokaal niveau. Als geen ander hebben wij daarvoor de kennis, expertise en ervaring in huis.

Hoogleraren spreken. En wat doet Verburg?

Eerder gepubliceerd op de DIERENBESCHERMNG.

rondeelstal-300x211Ik riep in mijn weblog van twee weken geleden al dat het roer om moet. Nederland wil, moet, kan en zal op de biologische voedseltoer gaan. Niet alleen vanuit het oogpunt van dierenwelzijn, wat voor de Dierenbescherming het uitgangspunt is, maar ook omdat de huidige voedselproductie voor mens en maatschappij niet langer houdbaar is. Ook kondigde ik aan dat de wetenschappelijk crème de la crème van Nederland naar buiten zou treden met een verhaal dat op één lijn zit met het onze – dat zij klaar is met de vee-industrie. Ruim honderd hoogleraren hebben dat woensdag middels een pamflet inderdaad gedaan. Hun pleidooi voor een duurzame veehouderij is mij uit het hart gegrepen.

‘Vlees en zuivel zijn onverantwoord goedkoop’, noteren emeritus hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis Frank Ankersmit en de zijnen. ‘Zo kost een ei in de winkel nu net zo veel als zestig jaar geleden. De prijs wordt betaald door dieren, natuur en milieu – en daarmee door onszelf en komende generaties.’ Tja, daar valt wat mij betreft niets op af te dingen en weinig aan toe te voegen, anders dan dat die woorden volledig in overeenstemming zijn met wat de Dierenbescherming al jaren roept. Is deze oproep dan niets nieuws? Jazeker wel, want niet elke dag stapt een groep publicitair aantrekkelijke en intellectueel niet te veronachtzamen Nederlanders naar voren om frontaal de aanval in te zetten tegen de vee-industrie.

Potentie
Minstens zo belangrijk is echter dat de consumentenmarkt gestaag verduurzaamt. Dat leid ik ten minste af uit de Bio-Monitor 2009 van Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw, die vorige week donderdag uitkwam. Goed, het marktaandeel van biologische voeding bedraagt pas 2,3 procent. Maar dat betekent wel dat consumenten in 2009, een crisisjaar, ruim tien procent meer hebben besteed aan duurzaam eten dan het jaar ervoor. Het duurzame marktaandeel komt neer op 647 miljoen euro. Dat betekent dat de 16,5 miljoen inwoners van Nederland vorig jaar op jaarbasis ieder veertig euro aan duurzaam geproduceerd voedsel hebben gespendeerd. Een druppel op de gloeiende plaat, ja. Maar wel een druppel met de potentie van een olievlek.

Als de stijging die 2009 heeft laten zien doorzet, dan zullen supermarkten en de producenten in de gangbare voedselindustrie massaal inhaken op de trend om biologisch te gaan. Sterker nog, dat gebeurt al. Zo maakte Calvé in maart als eerste multinationale voedselleverancier bekend over te stappen van scharreleieren op eieren van kippen met vrije uitloop. En draag ik met enige regelmaat het belang uit van de afspraken van de Dierenbescherming met onder meer supermarkten en bedrijven, die ons Beter Leven kenmerk hebben omarmd, en daarmee een beter leven voor miljoenen varkens, kippen en koeien. Deze voorbeelden, in combinatie met het pleidooi van de hoogleraren en de groeicijfers van het marktaandeel van biologisch voedsel, hebben duurzaamheid op de checklist gezet als criterium voor een gezonde maatschappij.

Te weinig vooruitgang
En wat doet Verburg? Die gaat rustig door met het bedrijven van struisvogelpolitiek. Wat mij betreft is het een aanfluiting dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in reactie op dit serieuze pleidooi van zeer weldenkende mensen met een cameraploeg bij de enige van duizenden stallen in de vee-industrie gaat staan die door de duurzaamheidsbeugel kan – de Rondeelstal, die mede is ontwikkeld door de Dierenbescherming – en vervolgens roept dat de hoogleraren hun huiswerk niet goed hebben gedaan. Ik heb er geen moeite mee als mensen kritiek hebben, zei zij woensdagavond in de uitzending van NOVA, maar dan moeten zij ook kijken wat er wel wordt gedaan. Geloof mij, mevrouw Verburg, deze hoogleraren hebben daar heel goed naar gekeken. En zij hebben geconcludeerd dat er onder uw bewind veel te weinig vooruitgang is geboekt.