Nola & Michelle

Mijn dochter en de dochter van mijn geliefde. De één met kattenmuts, de ander in slaap gevallen in haar capuchon. Willekeurige kiekjes, weinig spannend, onscherp. En toch moest ik ze plaatsen van mijzelf en, ondanks het gebrek aan samenhang tussen de beelden, ze moesten bij elkaar. Waarom? Omdat dit mooie meiden zijn, die het beiden heel goed doen. Bijzondere meiden, sterke. Ik zou elke dag een foto van ze willen maken en die publiceren, dat is echter te veel van het goede. Mijn zoon mag er ook bij, maar die wil niet meer. Nola en Michelle, twee kleurrijke meiden die een eregalerij verdienen.

Voor mijzelf

In de afgelopen weken heb ik dagelijks een aantal selfies gemaakt en die bewerkt totdat zij mij bevielen. En als zij mij maar steeds niet konden bevallen, gooide ik ze weg. Uiteindelijk zijn er acht zelfportretten overgebleven waarvan ik zeg: “Mwoh, tja, nou ja, die kunnen er wel mee door”.

De gedachte achter dit project is dat ik wilde onderzoeken of ik in de foto’s mijn gemoed op het moment van fotograferen zou herkennen, ondanks of misschien wel juist dankzij de rigoureuze bewerkingen.

Aura
Natuurlijk, impulsieve blijdschap en boosheid herken je onmiddellijk op foto’s. Waar ik naar zocht is echter iets wat dieper gaat dan die uiterlijkheden. Een mogelijk bewijs voor het bestaan van zoiets als een aura, bijvoorbeeld.

Er zijn volgens mij aardige, voor mijzelf verrassende portretten uit voortgekomen. Wat lijk ik donker van geest op sommige van deze foto’s! En wat kom ik anders over dan ik mij van binnen voel…

Voor mijzelf
Betekent dit nu dat mijn gemoed, het aura, wel of juist niet doorschijnt in deze afbeeldingen? Het antwoord op die vraag houd ik voor mijzelf.

Aanzoek

Voor Natascha

Pas toen ik ze gezegd had
Besefte ik
Hoe waar die woorden zijn:
“Omdat je het nooit gaat voelen
Als je het nu niet voelt”

Ik sprak ze uit tegen jou
Gisteren
Toen het moment van de waarheid
Voor de deur stond, en
Zelfs al had aangeklopt

Ik laat het binnen
Nu, met vertrouwen,
Omdat ik luister naar mijn intuïtie
Die mij nooit in de steek laat
En die zegt dat het goed is

Zoals zij dat ook
Een halfjaar geleden al zei
Voordat ik voor het eerst besloot
Om jou te vragen
Of jij mijn vrouw wil zijn

Gisteravond
Heb ik dat besluit opnieuw genomen
Nadat ik mijzelf
Nog een laatste keer
Recht in de ogen had gekeken

Staand voor de spiegel
Met strenge blik vooruit
Heb ik bij wijze van laatste controle
De woorden die ik tegen jou zei
Voor mijzelf herhaald

“Omdat je het nooit gaat voelen
Als je het nu niet voelt”
Liet ik weten aan de spiegel
Die dat onmiddellijk beaamde
En mijn liefde voor jou bevestigde

Het moment is dan ook aangebroken
Om jou vanuit mijn hart
Te laten weten dat ik klaar ben
Voor het antwoord op de vraag:
“Lieve Tas, wil je met mij trouwen?”

Dumoulin-expert

En dan ben ik ineens een expert in het fenomeen Tom Dumoulin. Althans, dat vinden de Belgen. Nou ja, één Zuiderbuur, te weten journalist Jef van Baelen. En dankzij hem inmiddels misschien ook een aantal van zijn landgenoten, nu zijn artikel in de Tourgids 2018 van het mooie magazine Knack is verschenen.

WS25-026-Dumoulin (1) (Klik hier voor PDF)

Titel
In Van Baelens artikel komen ook Dumoulins trainingsmaat Roy Jans en ploegleider Arthur van Dongen van Team Sunweb uitgebreid aan het woord. Goed gezelschap! Het doet mijn gevoel over mijn boek over Dumoulin goed.

Leuk detail: het artikel draagt een citaat van mij als titel: ‘Hij wordt de grootste Nederlandse wielrenner ooit’. En dat denk ik ook echt.

Betere foto
Knack is ook in Nederland te koop, dus wie weet word ik in eigen land eveneens ontdekt als praatjesmaker over onze nationale wieltrots.

Dank voor het prachtige artikel, Jef van Baelen. Gebruik de volgende keer alleen wel even een betere foto van mij, wil je?

Instelling

Onderstaand gesprekje zegt veel over hoe mijn zoon van twaalf momenteel in het leven staat en over hoe hij denkt over hoe ik denk.

“Papa, jij bent net Ryan van mijn team.”

“Waarom?”

“Omdat je net zo denkt als hij.”

“Hoe dan?”

“Als wij met 14-0 achter staan en er is nog een minuut te spelen, dan vindt hij altijd dat we door moeten gaan en niet op moeten geven. ‘Het kan nog, het kan nog!’ roept hij dan.”

“Dat is een mooie, positieve instelling.”

“Maar het slaat natuurlijk nergens op! Als je met 14-0 achter staat en nog een minuut te spelen hebt, dan heb je al verloren.”