Babypraat

De glijbaan van hier naar de nieuwe wereld is lang en oogt benauwend, vindt Baby-Ik, die niet zo avontuurlijk is. Baby-Jij kijkt hem met een meewarige glimlach aan. “Benauwend?” schampert zij. “Ha! Zet je schrap en ga, je zult zien dat het meevalt.”

Baby-Ik zet zich schrap. Hij telt af van drie naar één en verkrampt. Opnieuw. En nog eens. Totdat Baby-Jij er genoeg van heeft. “Als je nu niet gaat, geef ik je een duw!” roept zij, terwijl zij dreigend haar armen vooruitsteekt.

Baby-Ik weet dat zij dit niet meent. “Je zou mij nooit duwen”, zegt hij.

“Nee, maar dat ik dat moet zeggen om jou van die glijbaan af te laten gaan, is al erg genoeg.”

Daar zit wat in, weet Baby-Ik, die allesbehalve een angsthaas wil zijn. “Maar jij kunt toch ook als eerste gaan?”

“Nee, want de spermatozoïde waaruit jij bent ontsproten is eerder een ovum binnengedrongen dan de mijne.” Baby-Jij zegt het met een stalen gezicht, maar, hoewel zij meent wat zij zegt, Baby-Ik hoort aan de intonatie van haar stem dat zij vooral probeert haar broer gerust te stellen.

“Vermijd moeilijke termen, zus! Jouw toekomst als verpleegkundige staat of valt met je vermogen om helder te communiceren. Patiënten hebben geen behoefte aan mooie woorden. Overigens zal jij stralen in dat beroep.”

“Toe, ga!” Haar armen schieten naar voren alsof zij deze keer echt gaat duwen.

“Drie twee één, go!” roept Baby-Ik nogmaals, in de ijdele hoop dat het hem deze keer wel lukt om uit de startblokken te schieten.

“Jezus, broer!”

“Ik verstar, het lukt gewoon niet!”

“Nou, dan blijven we hier. Komen ze ons maar halen.”

Maar dat kan Baby-Ik niet laten gebeuren, daarvoor is hij te trots. “Halen?” roept hij? “Niets daarvan, we gaan!” Hij zet zich af en roetsjt naar beneden. Echt snel gaat hij niet, het is meer een soort wurmen. Met het hoofd vooruit duwt hij zich een weg naar het avontuur dat voor hem is uitgetekend. Kort achter hem volgt Baby-Jij.

Aan het einde van de glijbaan, net voordat de wereld hem verwelkomt, beseft hij dat hij altijd zijn zus zal hebben om hem bij te staan. “Overigens word ik geen verpleegkundige, maar verpleegkundig-specialist!” hoort hij haar nog zeggen. Met een gelukzalige glimlach laat hij wat volgt gebeuren.